Aikido, Uncategorized

Verplaatsing – Unsoku

Verplaatsingen

De manier waarop je verplaatst (voorwaarts, achterwaarts of zijwaarts) speelt een cruciale rol bij het behouden van je houding en het effectief uitvoeren van aanval en verdediging. Om snel en effectief te handelen in de split-second dynamiek van gevechten, moet je geest kalm blijven en je lichaam in balans blijven in een natuurlijke houding. Elke verstoring in je houding kan leiden tot kwetsbaarheid. Verplaatsing moet daarom voldoen aan stapmethodes (unsoku) die balans behouden en destabilisatie voorkomen, ongeacht de richting of rotatie.

De basisprincipes van verplaatsing omvatten het coördineren van het zwaartepunt van je lichaam met de voetplaatsing. Je lichaamsgewicht moet altijd in lijn zijn met de voet in beweging, waarbij beide voeten dicht bij de grond blijven. Dit zorgt voor naadloze overgangen in houding zonder het evenwicht te verliezen.

Overgang tussen Zittende en Staande Houdingen:

  • Van Seiza naar Staand:
    1. Buig je tenen onder voor een stabiele basis.
    2. Plaats gewicht op één knie en til de andere knie op, terwijl je je houding recht houdt.
    3. Kom geleidelijk overeind in de staande houding.
  • Van Staand naar Seiza:
    1. Zet één voet naar achteren om je lichaam geleidelijk te verlagen.
    2. Laat één knie zakken, gevolgd door de andere, en ga in seiza zitten.
    3. Behoud balans tijdens de beweging.

De Verplaatsingen

In boeken als Judo Taiso, Judo & Aikido en Aikido Nyumon van Kenji Tomiki worden verschillende termen gebruikt om verplaatsing te definieren. In Goshin Jutsu Nyumon (20 november 1974) beschreef Tomiki okuri-ashi als een alternatieve versie van tsugi-ashi.

  • Tsugi-Ashi
  • Okuri-Ashi
  • Mawari-Ashi
  • Ayumi-Ashi

Soms wordt de term “tsuri-ashi” gebruikt in de context van Japanse krijgskunsten en dit creeert dikwijls verwarring in discussies betreffende verplaatsingen.

Tsuri-ashi(つり足 / 吊り足)

Tsuri ashi betekent letterlijk “opgehangen / opgetilde voet”.
In de Japanse krijgskunsten verwijst het naar een manier van bewegen waarbij:

Het gewicht licht en gecentreerd blijft, de voet niet zwaar “neerploft”, je direct kunt reageren (aanvallen, ontwijken, draaien).

Het is dus geen vaste gedefinieerde beweging, maar een kwaliteit van beweging.
In alledaags Japans zegt men niet standaard “hij loopt met tsuri ashi”. het klinkt technisch of vakjargon-achtig.

Tsugi-ashi (次足)

Betekenis: “Volgvoet” of “stapvoet”.

Uitvoering 1: Je verplaatst eerst de voorste voet naar voren, gevolgd door de achterste voet die “volgt” om de oorspronkelijke positie te herstellen. 

Uitvoering 2: Je verplaatst eerst de achterste voet tegen de voorste voet, gevolgd door de voorste voet om de oorspronkelijke afstand te herstellen. Deze manier wordt gebruikt om de afstand tot de tegenstander te verkleinen. Deze manier leunt sterk aan bij okuri-ashi.

Okuri-ashi (送り足)

  • Betekenis: “Duwvoet” of “stuurvoet”.
  • Uitvoering: Bij okuri-ashi verplaats je de achterste voet naar voren, terwijl je de voorste voet tegelijkertijd naar voren “duwt” of “stuwt”. Beide voeten bewegen bijna gelijktijdig, maar de achterste voet landt eerst. Dit zorgt voor een krachtige, explosieve voorwaartse beweging.
  • Kenmerk: De beweging is explosief en gericht op het genereren van momentum. Het is minder geschikt voor subtiele of defensieve verplaatsingen.

Deze verplaatsing wordt ook als een “uitval verplaatsing” beschouwd en wordt frequent gebruikt in Westerse krijgskunsten zoals schermen en “la Canne” stokschermen.

De achterste voet heeft ervoor gezorgd dat er momentum wordt gecreeerd. Na impact zal men snel tot een normale positie komen

Ayumi-ashi (歩み足)

Ayumi-ashi betekent letterlijk “loopstap” en verwijst naar een natuurlijke manier van lopen, waarbij de voeten afwisselend naar voren worden gezet, vergelijkbaar met normaal lopen. Deze staptechniek wordt vaak gebruikt in vechtkunsten zoals kendo, judo, aikido en karate.

Kenmerken:

  • De voeten bewegen afwisselend: eerst de ene voet, dan de andere.
  • Het zwaartepunt wordt tijdelijk verplaatst naar de voet die naar voren stapt.
  • Het is een basisbeweging die wordt gebruikt voor voorwaartse of achterwaartse verplaatsing.
  • Ayumi-ashi wordt vaak toegepast in situaties waarbij je grotere afstanden moet afleggen of wanneer je een natuurlijke, vloeiende beweging nodig hebt.

Nanba (難波)

De wandeltechniek nanba of namba, is een traditionele Japanse loopstijl die vooral bekendstaat om zijn efficiëntie, balans en gezondheidsvoordelen. Deze techniek is vernoemd naar de Namba-regio in Osaka, waar het historisch veel werd toegepast. Hier zijn de belangrijkste kenmerken en toepassingen:

Wat is Nanba?

  • Oorsprong: Nanba is een natuurlijke, ontspannen looptechniek die stamt uit het oude Japan. Het werd oorspronkelijk gebruikt door boeren, kooplieden en samurai om lange afstanden te lopen zonder vermoeid te raken.
  • Kenmerken:
    • Korte, snelle passen met een lichte, veerkrachtige tred.
    • Minimale verticale beweging, waardoor energie wordt bespaard.
    • Gelijke gewichtsverdeling tussen beide benen, wat de belasting op gewrichten vermindert.
    • Stille voetplaatsing, waarbij de hiel of middenvoet eerst de grond raakt, gevolgd door een soepele afrol naar de tenen.

Voordelen van Nanba

  1. Energie-efficiënt: Ideaal voor lange afstanden, zoals pelgrimstochten of dagelijkse wandelingen.
  2. Gezondheid: Vermindert de belasting op knieën en heupen, wat gewrichtspijn kan voorkomen.
  3. Balans: Verbeterde stabiliteit, vooral op oneffen terrein.
  4. Mindfulness: De techniek moedigt een geconcentreerde, rustige geest aan, vergelijkbaar met meditatief lopen.

Nanba is geen standaardterm voor voetbewegingen in traditionele Japanse vechtkunsten. Het kan echter verwijzen naar een specifieke stijl of methode, afhankelijk van de context. In sommige gevallen kan Nanba verwijzen naar Nanba Aruki, een looptechniek die wordt geassocieerd met bepaalde Ninja gevechtsstijlen of militaire trainingen.

Nanba Aruki (難波歩き):

  1. Dit is een looptechniek die wordt gebruikt in historsche Japanse militaire trainingen en sommige Ninja vechtkunsten.
  2. Het is een manier van lopen die gericht is op efficiëntie, stabiliteit en het minimaliseren van vermoeidheid tijdens langdurige marsen of bewegingen.
  3. De techniek benadrukt het gebruik van het hele lichaam om energie te besparen en de balans te behouden.
  4. In sommige “kata” gebruikt men een gelijkaardige manier om naar de tegenstander te lopen en vervolgens kontakt te maken. In de oude vormen van de Tomiki Aikido kata zal men dit terugvinden.

Geraadpleegde dokumenten:

Judo Taiso – KenJi Tomiki
Nyumon Aikido – Kenji Tomiki
Goshin Jutsu – Kenji Tomiki
Randori no Kata – dr Lee ah Loi

Diverse dokumenten en archiefstukken “La Canne”

Standaard
La Canne, Uncategorized

De Kinetische Ketting

Een kinetische ketting verwijst naar een reeks opeenvolgende gewrichten en spiergroepen in het lichaam die samenwerken om beweging mogelijk te maken. Deze ketting beschrijft hoe krachten en energie worden overgedragen van het ene lichaamsdeel naar het andere tijdens bewegingen, zoals lopen, gooien of springen.

Kernpunten:

  • Samenhang: Gewrichten en spieren werken als een geïntegreerd systeem.
  • Energieoverdracht: Beweging in het ene deel (bijv. heup) beïnvloedt andere delen (bijv. knie, enkel).
  • Functioneel: Belangrijk in sport, revalidatie en dagelijkse activiteiten om efficiëntie en coördinatie te optimaliseren.

Kortom: het is het principe dat het lichaam als een verbonden geheel functioneert bij beweging.

De Kinetische Ketting in La Canne of andere gevechtskunsten

Een optimale stokslag in La Canne volgt een specifieke volgorde van deelbewegingen, waarbij elke fase bijdraagt aan de uiteindelijke kracht en precisie. Als één schakel in deze ketting verstoord is, verliest de hele beweging aan effectiviteit.

De ideale volgorde voor een krachtige stokslag

  1. Voeten en benen (grondreactiekracht)
    • De beweging begint met een voorwaartse stap en gewichtsverplaatsing .
    • De kracht wordt gegenereerd door het plaatsen van de hiel tegen de grond, vervolgens het afrollen van de voet tot aan de voetbal wat energie omhoog stuwt via de benen.
  2. Heup- en romprotatie
  1. De heupen draaien mee, wat de kracht van de benen versterkt en doorgeeft aan de romp.
  2. Een goede heuprotatie zorgt voor een “whip-like” effect, waarbij de energie als een golf door het lichaam beweegt.
  3. Schouder- en armbeweging
  1. De romp- en heuprotatie wordt overgedragen naar de schouders, die de arm en stok in beweging zetten.
  2. De arm fungeert als een geleider van de kracht, niet als de primaire bron.
  3. Pols- en stokbeweging (impactmoment)
  1. Op het moment van impact wordt de laatste “klik” gegeven door een snelle polsrotatie, die de stok versnelt en de kracht concentreert op het doelwit.
  2. Dit is het moment waarop alle eerder gegenereerde energie wordt gefocust op een klein oppervlak.

Wat gebeurt er als de volgorde verstoord is?

  • Te vroeg of te laat activeren van een deelbeweging:
    • Bijv. als de arm te vroeg duwt (voor de heuprotatie), gaat kracht verloren en voelt de slag “zwak” of oncontroleerbaar.
    • Als de pols te laat draait, mist de stok de optimale impact en “smeert” de kracht uit.
  • Blokkades door spanning:
    • Een gespannen schouder of pols onderbreekt de krachtstroom, zoals eerder besproken.
  • Verkeerde voetpositie:
    • Slechte balans of verkeerde gewichtsverdeling zorgt voor een instabiel platform, waardoor de kracht niet efficiënt kan worden overgedragen.

Hoe dit te trainen?

  1. Deelbewegingen isoleren en vervolgens integreren
    • Oefen elke fase apart (voetwerk, heuprotatie, armbeweging, pols) en bouw ze vervolgens langzaam aan elkaar.
    • Gebruik langzame bewegingen om de volgorde te voelen.
  2. Gebruik van hulpmiddelen
  1. Een zware stok of weerstandsbanden kunnen helpen om de kinetische ketting te “voelen”.
  2. Film jezelf om te analyseren waar de ketting onderbroken wordt.
  3. Partneroefeningen
  4. Laat een partner licht tegenhouden op verschillende punten (bijv. schouder, pols) om te voelen waar je kracht verliest.
  5. Ademhaling en ontspanning
  6. Span alleen de nodige spieren aan op het juiste moment. Bijv. de core moet stabiel zijn, maar de arm en pols moeten ontspannen zijn tot het impactmoment.

Het geheel is groter dan de som van de afzonderlijke delen

De uitspraak “het geheel is groter dan de som van de afzonderlijke delen” is afkomstig van de gestaltpsychologie, een stroming binnen de psychologie die in het begin van de 20e eeuw ontstond. Deze stelling wordt vaak toegeschreven aan de Duitse psycholoog Kurt Koffka, een van de grondleggers van de gestaltpsychologie. Het principe wordt ook wel aangeduid als “emergentie”: nieuwe eigenschappen of effecten ontstaan wanneer onderdelen samenwerken die niet voorspelbaar zijn op basis van de afzonderlijke delen.

Verklaring van het fenomeen

  1. Gestaltprincipe Volgens de gestaltpsychologie waarnemen mensen objecten en ervaringen als gehelen, niet als losse onderdelen. Bij lichaamsbewegingen betekent dit dat de coördinatie, timing en interactie tussen spieren, gewrichten en zenuwstelsel leiden tot een beweging die soepeler, efficiënter of krachtiger is dan wanneer je elke spier of beweging apart zou analyseren. Het geheel creëert een synergie die meer is dan de som van de individuele acties.
  2. Neuromusculaire integratie Het menselijk brein en zenuwstelsel zijn geoptimaliseerd om bewegingen als patronen te sturen, niet als losse spiercontracties. Wanneer je bijvoorbeeld loopt, springt of een complexe vechttechniek uitvoert, werken spieren, pezen, gewrichten en het evenwichtsorgaan samen op een manier die energie bespaart en de prestatie verbetert. Dit noemt men motorische synergie: het lichaam organiseert zichzelf automatisch voor optimale prestaties.
  3. Biomechanica en efficiëntie Bij geïntegreerde bewegingen worden krachten en energie overgedragen tussen lichaamsdelen. Een voorbeeld is het gooien van een bal: de kracht komt niet alleen uit de arm, maar uit een kettingreactie die begint in de benen, via de rompspieren naar de arm en hand. Deze kinetische ketting zorgt voor meer kracht en precisie dan wanneer je alleen je arm zou gebruiken.
  4. Cognitieve en perceptuele factoren Het brein ervaart beweging als een geïntegreerd geheel. Wanneer je een techniek (bijvoorbeeld in vechtsport of dans) onder de knie hebt, hoef je niet meer na te denken over elke individuele spier. Dit noemt men automatisering: het geheel voelt natuurlijker en effectiever aan dan de som der delen.
  5. Voorbeelden uit de praktijk
    • Lopen: De afwisseling tussen benen, armen en romprotatie zorgt voor een efficiëntere voortbeweging dan wanneer je alleen je benen zou gebruiken.
    • Slaan in vechtkunst: De kracht komt uit de hele lichaamshouding, niet alleen uit de arm of hand.
    • Dansen: De gratie en vloeiendheid ontstaan door de samenhang tussen alle lichaamsdelen, niet door losse bewegingen.

Standaard
La Canne, Uncategorized

Gewichtsverplaatsing – Zwaartelijn

In La Canne (en veel andere vecht- en stokkunsten) is de gewichtsverplaatsing en voetplaatsing bij  een slag cruciaal voor kracht, balans en precisie.

Voetplaatsing en gewichtsverplaatsing

  1. Voet zetten:
    • Bij een stap naar voren wordt de voet eerst met de hiel neergezet, maar niet met het volledige gewicht. Dit zorgt voor stabiliteit en voorkomt dat je te ver naar voren leunt, wat je balans kan verstoren.
    • De voet landt in de richting van het doelwit, maar blijft licht en mobiel.
  2. Gewichtsverplaatsing:
  1. Het gewicht wordt niet direct op de hiel geladen, maar rolt soepel naar voren over de voet, van hiel naar middenvoet en uiteindelijk naar de bal van de voet (voorvoet).
  2. Op het moment van impact komt het gewicht vooral op de bal van de voet te liggen. Dit zorgt voor:
    • Kracht: Je kunt kracht genereren vanuit de grond, via de heupen, naar de stok.
    • Balans: Je blijft wendbaar en kunt snel reageren op een tegenaanval.
    • Stabiliteit: De voet fungeert als een “veer”, klaar om direct te herpositioneren.
  3. Heuprotatie en as-dissociatie:
  4. Terwijl het gewicht naar voren rolt, draaien de heupen mee om de slag te versterken. De schuine voetstand (parallellogram) maakt dit mogelijk zonder de balans te verliezen.

Waarom niet op de hiel blijven?

Op de bal van de voet kun je sneller van richting veranderen en krachtiger slaan.

Als je gewicht op de hiel blijft, ben je traag en kwetsbaar voor tegenaanvallen.

Praktisch voorbeeld

  • Fase 1: Hiel raakt eerst de grond (licht contact).
  • Fase 2: Gewicht rolt naar voren, heupen draaien, en op het moment van slaan staat het gewicht op de bal van de voet.
  • Fase 3: Direct na de slag kun je het gewicht weer naar achteren verplaatsen om te herstellen of een volgende actie in te zetten.

In de historische en technische bronnen over La Canne en andere stokvechtstijlen (zoals Spaans stokvechten en Japanse wapenkunsten) wordt de voetplaatsing en gewichtsverplaatsing vaak beschreven in termen van balans, krachtgeneratie en mobiliteit.

1. Frans Stokvechten (La Canne) – Larribeau

  • Voetwerk en gewichtsverplaatsing:
    • Larribeau benadrukt dat de voet eerst met de hiel landt, maar dat het gewicht direct naar de bal van de voet rolt tijdens de slag. Dit staat beschreven in de basisprincipes van de garde (houding) en het uitvoeren van coups (slagen).
    • De “moulinets” (molenbewegingen) vereisen een dynamische gewichtsverplaatsing van hiel naar bal, om kracht te genereren vanuit de grond (“appui”).
    • Balans: Het gewicht mag nooit volledig op de hiel rusten, omdat dit de mobiliteit beperkt en de slag verzwakt.
    • Heuprotatie: De heupen draaien mee met de voetbeweging, wat de slag versterkt en de as-dissociatie tussen boven- en onderlichaam mogelijk maakt.

2. Spaans Stokvechten – Vendrell y Eduart

  • Voetplaatsing:
    • Bij slagen zoals een verticale slag wordt de voet naar voren gezet met de hiel eerst, maar het gewicht wordt naar voren verplaatst naar de bal van de voet op het moment van impact.
    • Segmentale rotatie: De voet, knie en heup werken samen om kracht te genereren, waarbij de bal van de voet als “pivotpunt” fungeert.
  • Balans en stabiliteit:
    • Het handhaven van een lichte, veerkrachtige voetpositie is essentieel om snel te kunnen reageren op tegenaanvallen.

3. Jacob Happel – Stokvechten, Sabel, Zwaard

  • Gewichtsverdeling:
    • Happel beschrijft dat het gewicht nooit statisch op de hiel of voorvoet mag rusten, maar dynamisch moet bewegen tijdens een aanval.
    • Bij stappen naar voren wordt de hiel eerst geplaatst, maar de kracht komt voort uit het “afzetten” van de bal van de voet, vergelijkbaar met schermen.
  • As-dissociatie:
    • De voetplaatsing ondersteunt de onafhankelijke beweging van de stokas ten opzichte van het lichaam, wat precisie en kracht vergroot.

4. Shindō Musō-ryū Jōjutsu (Japanse stafkunst)

  • Voetwerk:
    • In Japanse stafkunsten wordt de voet vaak eerst met de hiel geplaatst, maar het gewicht wordt naar voren verplaatst naar de bal van de voet bij het uitvoeren van een slag (tsuki of uchi).
    • Dit principe is vergelijkbaar met kendo en iaido, waar de voetwerk (ashi-sabaki) cruciaal is voor kracht en balans.

5. Miyamoto Musashi – “Heihō Kadensho”

  • Gewichtsverplaatsing:
    • Musashi benadrukt het belang van een lichte, veerkrachtige voet die kracht kan genereren door het gewicht van hiel naar bal te verplaatsen.
    • Dit principe is toepasbaar op zowel zwaard- als staftechnieken en wordt vaak gekoppeld aan het concept van marobu (rondheid) in beweging.

Zwaartepunt projectie

Een fundamenteel biomechanisch principe dat in veel vechtkunsten en bewegingsleer centraal staat: de projectie van het zwaartepunt en hoe dit de krachtoverdracht vanuit de grond beïnvloedt. Dit is vooral relevant in La Canne, stokvechten, en andere wapenkunsten waar voetwerk, balans en krachtgeneratie essentieel zijn. Laten we dit verder uitdiepen, met name hoe het zwaartepunt en de gewichtsverplaatsing samenwerken voor effectieve slagen.

Projectie van het Zwaartepunt: Waarom Richting Cruciaal Is

a. Zwaartepunt richting hiel of bal van de voet

  • Correcte projectie:
    • Het zwaartepunt moet tussen hiel en bal van de voet worden geprojecteerd, in de richting van de voetboog (middenvoet).
    • Dit zorgt voor een stabiele basis en maakt het mogelijk om kracht te genereren vanuit de grond.
    • Bij een slag wordt het gewicht van hiel naar bal verplaatst, waardoor de kracht via de voetboog en knie naar de heupen en uiteindelijk naar de stok wordt overgedragen.
  • Foutieve projectie (richting knie):
    • Als het zwaartepunt te ver naar voren wordt geduwd (bijv. richting knie of tenen), verlies je stabiliteit en wordt de krachtoverdracht gebroken.
    • Dit resulteert in een zwakkere slag en maakt je kwetsbaar voor tegenaanvallen, omdat je niet meer kunt “duwen” tegen de grond.

b. Biomechanica van krachtoverdracht

  • Keten van kracht:
    • De kracht begint bij de voet (bal of hiel), gaat via de knie naar de heupen, en wordt vervolgens via de rompspieren en schouders naar de stok overgedragen.
    • Als het zwaartepunt te ver naar voren valt (bijv. over de knie), wordt de knie geblokkeerd en kan de heup niet meer vrij roteren. Dit beperkt de kracht en maakt de beweging stijf.
  • Voorbeeld uit La Canne:
    • Bij een coup de pointe (stoot) of coup de figure wordt het gewicht van hiel naar bal verplaatst, terwijl het zwaartepunt boven de voetboog blijft. Dit zorgt voor maximale kracht en balans.

Toepassing in La Canne en Stokvechten

a. Voetwerk en Zwaartepunt

  • Stap naar voren:
    • De voet landt eerst met de hiel, maar het gewicht wordt gecontroleerd naar voren gerold naar de bal van de voet.
    • Het zwaartepunt blijft boven de voetboog tot het moment van impact, waarna het gewicht op de bal van de voet rust.
    • Dit zorgt voor een veerkrachtige positie, klaar om direct te reageren.
  • Fout: Zwaartepunt naar knie duwen:
    • Als het zwaartepunt voorbij de knie wordt geduwd, verlies je de verbinding met de grond. De kracht komt dan uit de spieren in plaats van uit de grond, wat minder efficiënt is.

b. Heuprotatie en As-dissociatie

  • Heupen als motor:
    • De heupen draaien mee met de voetbeweging, maar alleen als het zwaartepunt correct is gepositioneerd.
    • Als het zwaartepunt te ver naar voren valt, kan de heup niet meer vrij roteren, wat de slag verzwakt.
  • As-dissociatie:
    • De voet en heup werken samen als een spiraal: de voet zorgt voor stabiliteit, de heup voor rotatie en kracht.
    • Dit principe wordt ook beschreven in Spaans stokvechten (Vendrell) en Japanse wapenkunsten, waar de voetwerk (ashi-sabaki) en heuprotatie (koshi-mawari) essentieel zijn.

Wat is As-dissociatie?

As-dissociatie betekent dat verschillende delen van het lichaam (voeten, heupen, rompspieren, armen, stok/wapen) onafhankelijk van elkaar bewegen, vaak langs verschillende assen. Dit stelt je in staat om:

  • Kracht te genereren vanuit de grond, via de heupen, naar de stok of het wapen.
  • Tegenstanders te misleiden door onverwachte hoeken en bewegingen.
  • Balans en stabiliteit te behouden, zelfs tijdens complexe technieken.

Belangrijkste assen in vechtkunsten

  • Verticale as (bijv. het centrale zwaartepunt, Chūshin in Japanse kunsten).
  • Horizontale as (bijv. zijwaartse bewegingen, zoals in pas de côte).
  • Diagonale/spiraalvormige as (bijv. draaiende slagen of molenbewegingen).
  • Functionele as (bijv. de richting van de slag, Hasuji in zwaardvechten).
Standaard
La Canne

Geometrie en tijd in La Canne

Meer dan Grondpatronen: Driedimensionale Realiteit

Geometrie in la canne of stokschermen is veel meer dan het tekenen van enkele meetkundige figuren op de grond. De geometrie in krijgskunsten wordt bepaald door de drie ruimtelijke assen die we gebruiken tijdens onze acties. Menselijke beweging is driedimensionaal. Om beweging te bestuderen moeten we eerst kijken naar het driedimensionale model. Menselijke beweging draait om drie assen; X-as (pijl-as), Y-as (horizontale as), en Z-as (verticale as).

Hierbij moeten wij echter rekening houden met de tijd die nodig is om de acties uit te voeren. De acties in de 3D-geometrie voor krijgskunsten kunnen in alle richtingen worden uitgevoerd en, om het eenvoudig te zeggen: we kunnen een beweging maken en terugkeren naar de oorspronkelijke plaats.

Cruciale Distinctie: Indien we terugkeren naar onze oorspronkelijke plaats, blijft de tijd steeds voorwaarts gaan. We keren wel terug naar de oorspronkelijke plaats, maar we keren niet terug in de tijd.

Fundamentele Realiteit: Ons lichaam is steeds verbonden aan de 3D-plaats die we innemen. Indien wij de capaciteit zouden hebben om buiten onze 3D-plaats te komen, dan zouden wij kunnen spreken dat wij in de 4e dimensie aanwezig zijn. Maar wij kunnen dit niet.

Hoe gebruik je “Tijd” tijdens stokschermen

Ritmische Bewegingen: Studies tonen aan dat repetitieve, ritmische bewegingen onze interne tijdsperceptie kunnen synchroniseren. Dit lijkt te werken via neuraal entrainment** – onze hersengolven synchroniseren met de bewegingsritmes.

Het instuderen van slagtechnieken kan gebeuren op een repetitieve en ritmische manier. Deze manier van oefenen zonder overdreven krachtgebruik zal de nodige neurale paden in de hersenen creëren om later een efficiënte slag te kunnen geven. Door dit proces zal je een  andere tijdsbeleving ervaren dan in het dagelijkse leven. Beoefenaars ervaren een intense focus op de bewegingen.

De snelheid en het tempo die we gebruiken tijdens deze oefeningen mag geen invloed uitoefenen op het neuraal synchroniseren en het ritmische gebeuren. Je kunt heel elegant laag tempo hebben (weinig bewegingen, lange pauzes) maar hoge snelheid in individuele acties – een plotselinge, snelle uitval gevolgd door stilte. Of omgekeerd: hoog tempo (constante beweging) met lage snelheid per beweging – vloeiende, continue patronen.

** Entrainment is eenvoudige gezegd meebewegen. Het synchroniseren van beweging door het ritme van een ander (of iets anders) op te pakken en er in mee te gaan. Het is eigenlijk een soort van (veelal onbewust) op elkaar afstemmen. Zorgen dat dingen bij elkaar passen, en een zoeken naar harmonie. Het is de tegenpool van chaos.

Standaard
La Canne, Uncategorized

La Canne Française: Filosofische Aspecten

Het einde van de 19e eeuw was een bijzonder rijke periode voor de Europese filosofie, gekenmerkt door verschillende stromingen die reageerden op de Verlichting, het Duitse idealisme en de toenemende invloed van wetenschap en industrialisatie.

Belangrijkste stromingen en denkers

Positivisme

  • Auguste Comte ontwikkelde een wetenschappelijke benadering van de maatschappij, waarbij kennis alleen geldig is als deze empirisch te verifiëren is
  • Sterke focus op feiten en observeerbare verschijnselen
  • Geloof in vooruitgang door wetenschappelijke methoden

Levensfilosofie en irrationalisme

  • Friedrich Nietzsche bekritiseerde traditionele waarden en moraal (“God is dood”)
  • Concepten als de “Übermensch” en “wil tot macht”
  • Kritiek op het christendom en pleidooi voor een herwaardering van alle waarden
  • Henri Bergson benadrukte intuïtie en directe ervaring boven rationeel denken

Pragmatisme

  • William James en Charles Sanders Peirce ontwikkelden een praktische benadering van kennis
  • Waarheid wordt bepaald door wat in de praktijk werkt
  • Verwerping van abstracte metafysische systemen

Marxisme

  • Karl Marx en Friedrich Engels combineerden filosofie met politieke economie
  • Historisch materialisme: geschiedenis als klassenstrijd
  • Kritiek op kapitalisme en pleidooi voor revolutie

Neo-kantianisme

  • Focus op kennistheorie en methodologie van wetenschappen
  • Hernieuwde belangstelling voor Kants werk in Duitsland
  • De Marburger School (Cohen, Natorp) en Baden School (Windelband, Rickert)

Verlichtingsrationalisme

La Canne Française weerspiegelt de principes van de Verlichting die het Europese denken in de 18e en vroege 19e eeuw domineerden:

  1. Methodische analyse: Charlemonts systematische opdeling van technieken en rationele benadering van beweging weerspiegelen het geloof van Verlichtingsdenkers in methodische analyse. Zijn kritiek op eerdere technieken als “niet serieus genoeg” toont aan dat hij meer waarde hechtte aan rationeel onderzoek dan aan traditie alleen.
  2. Empirische validatie: De nadruk op praktische effectiviteit boven esthetische vorm weerspiegelt de waardering van empirisch bewijs in de Verlichting. Zoals Charlemont opmerkt: “We zijn er zeker van dat [de leerling] onmiddellijk onschatbare voordelen zal behalen als hij ons advies opvolgt en in praktijk brengt.”
  3. Universaliteit: Hoewel La Canne duidelijk Frans blijft, streeft het naar universaliteit in zijn principes, wat het ideaal van de Verlichting weerspiegelt dat rationele kennis culturele grenzen overschrijdt.

Republikeinse en democratische waarden

De ontwikkeling van La Canne loopt parallel met de opkomst van republikeinse idealen en democratische bewegingen in heel Europa:

  1. Democratisering van vechtkunsten: Naarmate de Europese samenlevingen afstand namen van aristocratische privileges, stond La Canne voor een democratisering van zelfverdediging. In tegenstelling tot schermen, dat geassocieerd bleef met de aristocratische duelleercultuur, was La Canne toegankelijk voor de opkomende middenklasse.
  2. Zelfredzaamheid: De nadruk op individuele zelfbescherming sluit aan bij de opkomende liberale waarden van zelfbeschikking en persoonlijke verantwoordelijkheid. Dit past in de bredere Europese context van toenemend individualisme en afnemende afhankelijkheid van traditionele autoriteiten voor bescherming.
  3. Burgerdeugd: Hoewel seculier van aard, bevordert de training van La Canne deugden die essentieel worden geacht voor republikeins burgerschap: zelfbeheersing, discipline en een afgewogen reactie op bedreigingen. Dit weerspiegelt de bredere Europese belangstelling voor het cultiveren van deugdzame burgers zonder afhankelijkheid van religieuze instellingen.

Positivisme en vooruitgang

Het positivisme van Auguste Comte en het Europese geloof in vooruitgang komen tot uiting in de benadering van La Canne:

  1. Wetenschappelijke vooruitgang: Charlemonts bereidheid om zijn voorgangers te bekritiseren weerspiegelt het positivistische geloof dat kennis in de loop van de tijd evolueert en verbetert. Zijn uitspraak dat zijn onderwijsprincipe “superieur is aan alle andere” is een voorbeeld van deze progressieve denkwijze.
  2. Lichamelijke opvoeding: La Canne ontwikkelde zich parallel aan de bredere Europese beweging voor lichamelijke opvoeding, die systematische lichaamsbeweging zag als een middel tot zowel individuele als sociale verbetering. Deze beweging, die onder meer Duitse gymnastiek en Zweedse calisthenics omvatte, weerspiegelde het positivistische geloof in de perfectie van de mens.
  3. Pedagogische systematisering: De gestructureerde opbouw van de training weerspiegelt de 19e-eeuwse Europese trend om onderwijs en lichamelijke ontwikkeling te systematiseren, die tot uiting kwam in onderwijshervormers als Johann Pestalozzi en Friedrich Fröbel.

Romantiek en nationale identiteit

Ondanks zijn rationalistische elementen bevat La Canne ook aspecten van de romantische beweging:

  1. Nationale expressie: Als onderdeel van het Franse savate-systeem vertegenwoordigde La Canne een uitgesproken Franse vechtidentiteit, in tegenstelling tot boksen (Engels) of verschillende oosterse vechtkunsten. Deze culturele specificiteit weerspiegelt de romantische nadruk op nationale karakter en expressie.
  2. Esthetische dimensie: De vloeiende bewegingen en de nadruk op stijl naast effectiviteit weerspiegelen de romantische idealen van schoonheid geïntegreerd met functionaliteit. Humé en Renkin verwijzen naar “gracieuze soepelheid” en erkennen daarmee deze esthetische dimensie.
  3. Individuele expressie: Hoewel La Canne systematisch is, laat het ruimte voor individuele interpretatie en expressie, met name op gevorderd niveau, wat een weerspiegeling is van de romantische waardering van persoonlijke creativiteit binnen culturele vormen.

Bourgeoiswaarden en urbanisatie

De ontwikkeling van La Canne viel samen met de opkomst van de Europese bourgeoisie en het stadsleven:

  1. Respectabiliteit en zelfverdediging: De wandelstok als modeaccessoire en zelfverdedigingsmiddel belichaamde perfect de bourgeoisie’s zorg om respectabiliteit te behouden in steeds anoniemere stedelijke ruimtes.
  2. Gecontroleerde agressie: De Europese burgerlijke cultuur hechtte veel waarde aan emotionele beheersing en gecontroleerde expressie. De gedisciplineerde benadering van La Canne weerspiegelt deze bredere culturele nadruk op het reguleren van ‘natuurlijke’ agressieve impulsen.
  3. Vrije tijd en zelfverbetering: De beoefening van La Canne als zowel recreatie als zelfverbetering weerspiegelt het Europese burgerlijke ethos dat vrije tijd productief moet worden besteed.

Europese militaire traditie

La Canne sluit ook aan bij bredere Europese militaire tradities:

  1. Aanpassing aan het burgerleven: Net als het Europese schermen vertegenwoordigt La Canne de aanpassing van militaire vaardigheden aan het burgerleven voor persoonlijke ontwikkeling en zelfverdediging. Deze kruisbestuiving tussen het burgerleven en het leger kenmerkt een groot deel van de Europese krijgskunstcultuur.
  2. Geformaliseerd vechten: De systematisering van het vechten in afzonderlijke technieken, formele posities en gestructureerde training weerspiegelt de Europese militaire traditie om oorlogvoering te codificeren in leerbare componenten.

Industriële moderniteit

Ten slotte weerspiegelt La Canne de Europese reacties op de industriële moderniteit:

  1. Zelfverdediging in de stad: De toenemende verstedelijking bracht nieuwe veiligheidsproblemen met zich mee, waarop La Canne een antwoord bood. Dit weerspiegelde de bredere Europese bezorgdheid over stedelijke criminaliteit en de anonimiteit van het moderne leven.
  2. Rationele recreatie: La Canne is een voorbeeld van het Europese concept van “rationele recreatie”: vrijetijdsbesteding die gezondheid, moraliteit en zelfverbetering bevordert in plaats van louter amusement.
  3. Het lichaam als machine: Charlemonts biomechanische begrip van krachtontwikkeling weerspiegelt de industriële metafoor van het lichaam als machine, een concept dat veel Europese fysieke cultuursystemen heeft beïnvloed.

Filosofische aspecten van La Canne Française

Zelfverdediging aspect
Democratisering van zelfverdediging
Evenwicht tussen kracht en techniek
Geest-Lichaam ontwikkeling
Ethische terughoudendheid
Harmonie van beweging
Gecultiveerde geestelijke aanwezigheid

Culturele aanwezigheid

Zelfverdediging als praktische filosofie

In de kern vertegenwoordigt La Canne een praktische filosofie van zelfredzaamheid en zelfbescherming. Charlemont benadrukt in zijn inleiding dat “de stok en het Franse boksen twee oefeningen zijn die elkaar aanvullen en samen onderwezen zouden moeten worden. Ze zijn van onmiddellijk en onbetwistbaar nut.” Dit weerspiegelt een filosofische positie die praktische kennis waardeert die direct kan worden toegepast in alledaagse situaties.

Democratisering van zelfverdediging

In tegenstelling tot aristocratische wapens zoals het zwaard, vertegenwoordigt La Canne een democratisering van zelfverdediging. Charlemont merkt op dat “net zoals men altijd zijn vuisten en voeten tot zijn beschikking heeft, men bijna altijd een stok bij zich heeft.” Deze filosofie maakt zelfbescherming toegankelijk voor gewone burgers in plaats van dat het voorbehouden is aan de adel of het leger.

Evenwicht tussen kracht en techniek

La Canne belichaamt een filosofisch evenwicht tussen kracht en techniek. Charlemont bekritiseert de benaderingen van zijn voorgangers die te veel vertrouwden op alleen polskracht: “een stok die niet snijdt of prikt… kan alleen serieuze resultaten opleveren door zeer hard te slaan, iets wat onmogelijk te bereiken is met alleen de buigingen en strekkingen van de pols.” In plaats daarvan pleit hij voor het gebruik van het hele lichaam in harmonie: “de schouder, de arm, de onderarm, de pols en de hand!” Dit vertegenwoordigt een holistische filosofie van geïntegreerde beweging.

Geest-lichaam ontwikkeling

De oefenfilosofie strekt zich verder uit dan nut in gevecht tot persoonlijke ontwikkeling. Zoals opgemerkt in Larribeau’s tekst: “We hebben jonge, verwelkte en verkommerde mannen gezien die volledig hervormd werden door deze krachtige oefening. We hebben degenen met een timide karakter en altijd lafhartig een moedige reserve zien krijgen, een dappere wijsheid.” Dit weerspiegelt een geloof in de transformerende kracht van martiale beoefening op zowel fysieke als psychologische dimensies.

Ethische terughoudendheid

Ondanks zijn effectiviteit bevat La Canne een impliciete filosofie van terughoudendheid. De praktijk benadrukt gecontroleerde toepassing van kracht in plaats van dodelijke intentie. Humé en Renkin’s tekst over Canne Royale schetst etiquette die onnodige agressie ontmoedigt: “Het is ongepast om te doen alsof men zijn tegenstander heeft geraakt… Het bewijst evenzeer een gebrek aan opvoeding om een ontvangen slag te ontkennen of om geërgerd te zijn na geraakt te zijn.”

Harmonie van beweging

De vloeiende technieken—vooral de moulinet bewegingen—weerspiegelen een filosofie van continue, circulaire actie in plaats van rigide, lineaire kracht. Dit principe van harmonische, ononderbroken beweging is mogelijk beïnvloed door bredere Europese filosofische concepten over de aard van energie en kracht tijdens de 19e eeuw.

Gecultiveerde geestelijke aanwezigheid

Charlemont en andere meesters benadrukken de ontwikkeling van mentale kwaliteiten naast fysieke techniek. In Larribeau’s advies aan leerlingen, instrueert hij hen om “een koel hoofd te houden, alle angst opzij te zetten, een vast vertrouwen te houden” en waarschuwt hij dat “geïntimideerd zijn en zekerheid verliezen tegenover een tegenstander betekent dat men voor het gevaar wegloopt.” Deze cultivering van rustige bewustzijn onder druk vertegenwoordigt een filosofische benadering van gevechtspsychologie.

Culturele integratie

La Canne vertegenwoordigt een filosofische brug tussen traditionele vechtkunsten en modern burgerleven. Terwijl de verstedelijking vorderde in het 19e-eeuwse Frankrijk, werd de wandelstok zowel een modieus accessoire als een praktisch instrument voor zelfverdediging, waardoor martiale vaardigheid binnen de beleefde samenleving kon bestaan in plaats van afgezonderd te zijn in militaire contexten.

Deze integratie van martiale effectiviteit met sociale welvoeglijkheid weerspiegelt een uniek Franse filosofische benadering om traditie met moderniteit, en functie met esthetiek te verzoenen.

Standaard