Aikido, Uncategorized

Verplaatsing – Unsoku

Verplaatsingen

De manier waarop je verplaatst (voorwaarts, achterwaarts of zijwaarts) speelt een cruciale rol bij het behouden van je houding en het effectief uitvoeren van aanval en verdediging. Om snel en effectief te handelen in de split-second dynamiek van gevechten, moet je geest kalm blijven en je lichaam in balans blijven in een natuurlijke houding. Elke verstoring in je houding kan leiden tot kwetsbaarheid. Verplaatsing moet daarom voldoen aan stapmethodes (unsoku) die balans behouden en destabilisatie voorkomen, ongeacht de richting of rotatie.

De basisprincipes van verplaatsing omvatten het coördineren van het zwaartepunt van je lichaam met de voetplaatsing. Je lichaamsgewicht moet altijd in lijn zijn met de voet in beweging, waarbij beide voeten dicht bij de grond blijven. Dit zorgt voor naadloze overgangen in houding zonder het evenwicht te verliezen.

Overgang tussen Zittende en Staande Houdingen:

  • Van Seiza naar Staand:
    1. Buig je tenen onder voor een stabiele basis.
    2. Plaats gewicht op één knie en til de andere knie op, terwijl je je houding recht houdt.
    3. Kom geleidelijk overeind in de staande houding.
  • Van Staand naar Seiza:
    1. Zet één voet naar achteren om je lichaam geleidelijk te verlagen.
    2. Laat één knie zakken, gevolgd door de andere, en ga in seiza zitten.
    3. Behoud balans tijdens de beweging.

De Verplaatsingen

In boeken als Judo Taiso, Judo & Aikido en Aikido Nyumon van Kenji Tomiki worden verschillende termen gebruikt om verplaatsing te definieren. In Goshin Jutsu Nyumon (20 november 1974) beschreef Tomiki okuri-ashi als een alternatieve versie van tsugi-ashi.

  • Tsugi-Ashi
  • Okuri-Ashi
  • Mawari-Ashi
  • Ayumi-Ashi

Soms wordt de term “tsuri-ashi” gebruikt in de context van Japanse krijgskunsten en dit creeert dikwijls verwarring in discussies betreffende verplaatsingen.

Tsuri-ashi(つり足 / 吊り足)

Tsuri ashi betekent letterlijk “opgehangen / opgetilde voet”.
In de Japanse krijgskunsten verwijst het naar een manier van bewegen waarbij:

Het gewicht licht en gecentreerd blijft, de voet niet zwaar “neerploft”, je direct kunt reageren (aanvallen, ontwijken, draaien).

Het is dus geen vaste gedefinieerde beweging, maar een kwaliteit van beweging.
In alledaags Japans zegt men niet standaard “hij loopt met tsuri ashi”. het klinkt technisch of vakjargon-achtig.

Tsugi-ashi (次足)

Betekenis: “Volgvoet” of “stapvoet”.

Uitvoering 1: Je verplaatst eerst de voorste voet naar voren, gevolgd door de achterste voet die “volgt” om de oorspronkelijke positie te herstellen. 

Uitvoering 2: Je verplaatst eerst de achterste voet tegen de voorste voet, gevolgd door de voorste voet om de oorspronkelijke afstand te herstellen. Deze manier wordt gebruikt om de afstand tot de tegenstander te verkleinen. Deze manier leunt sterk aan bij okuri-ashi.

Okuri-ashi (送り足)

  • Betekenis: “Duwvoet” of “stuurvoet”.
  • Uitvoering: Bij okuri-ashi verplaats je de achterste voet naar voren, terwijl je de voorste voet tegelijkertijd naar voren “duwt” of “stuwt”. Beide voeten bewegen bijna gelijktijdig, maar de achterste voet landt eerst. Dit zorgt voor een krachtige, explosieve voorwaartse beweging.
  • Kenmerk: De beweging is explosief en gericht op het genereren van momentum. Het is minder geschikt voor subtiele of defensieve verplaatsingen.

Deze verplaatsing wordt ook als een “uitval verplaatsing” beschouwd en wordt frequent gebruikt in Westerse krijgskunsten zoals schermen en “la Canne” stokschermen.

De achterste voet heeft ervoor gezorgd dat er momentum wordt gecreeerd. Na impact zal men snel tot een normale positie komen

Ayumi-ashi (歩み足)

Ayumi-ashi betekent letterlijk “loopstap” en verwijst naar een natuurlijke manier van lopen, waarbij de voeten afwisselend naar voren worden gezet, vergelijkbaar met normaal lopen. Deze staptechniek wordt vaak gebruikt in vechtkunsten zoals kendo, judo, aikido en karate.

Kenmerken:

  • De voeten bewegen afwisselend: eerst de ene voet, dan de andere.
  • Het zwaartepunt wordt tijdelijk verplaatst naar de voet die naar voren stapt.
  • Het is een basisbeweging die wordt gebruikt voor voorwaartse of achterwaartse verplaatsing.
  • Ayumi-ashi wordt vaak toegepast in situaties waarbij je grotere afstanden moet afleggen of wanneer je een natuurlijke, vloeiende beweging nodig hebt.

Nanba (難波)

De wandeltechniek nanba of namba, is een traditionele Japanse loopstijl die vooral bekendstaat om zijn efficiëntie, balans en gezondheidsvoordelen. Deze techniek is vernoemd naar de Namba-regio in Osaka, waar het historisch veel werd toegepast. Hier zijn de belangrijkste kenmerken en toepassingen:

Wat is Nanba?

  • Oorsprong: Nanba is een natuurlijke, ontspannen looptechniek die stamt uit het oude Japan. Het werd oorspronkelijk gebruikt door boeren, kooplieden en samurai om lange afstanden te lopen zonder vermoeid te raken.
  • Kenmerken:
    • Korte, snelle passen met een lichte, veerkrachtige tred.
    • Minimale verticale beweging, waardoor energie wordt bespaard.
    • Gelijke gewichtsverdeling tussen beide benen, wat de belasting op gewrichten vermindert.
    • Stille voetplaatsing, waarbij de hiel of middenvoet eerst de grond raakt, gevolgd door een soepele afrol naar de tenen.

Voordelen van Nanba

  1. Energie-efficiënt: Ideaal voor lange afstanden, zoals pelgrimstochten of dagelijkse wandelingen.
  2. Gezondheid: Vermindert de belasting op knieën en heupen, wat gewrichtspijn kan voorkomen.
  3. Balans: Verbeterde stabiliteit, vooral op oneffen terrein.
  4. Mindfulness: De techniek moedigt een geconcentreerde, rustige geest aan, vergelijkbaar met meditatief lopen.

Nanba is geen standaardterm voor voetbewegingen in traditionele Japanse vechtkunsten. Het kan echter verwijzen naar een specifieke stijl of methode, afhankelijk van de context. In sommige gevallen kan Nanba verwijzen naar Nanba Aruki, een looptechniek die wordt geassocieerd met bepaalde Ninja gevechtsstijlen of militaire trainingen.

Nanba Aruki (難波歩き):

  1. Dit is een looptechniek die wordt gebruikt in historsche Japanse militaire trainingen en sommige Ninja vechtkunsten.
  2. Het is een manier van lopen die gericht is op efficiëntie, stabiliteit en het minimaliseren van vermoeidheid tijdens langdurige marsen of bewegingen.
  3. De techniek benadrukt het gebruik van het hele lichaam om energie te besparen en de balans te behouden.
  4. In sommige “kata” gebruikt men een gelijkaardige manier om naar de tegenstander te lopen en vervolgens kontakt te maken. In de oude vormen van de Tomiki Aikido kata zal men dit terugvinden.

Geraadpleegde dokumenten:

Judo Taiso – KenJi Tomiki
Nyumon Aikido – Kenji Tomiki
Goshin Jutsu – Kenji Tomiki
Randori no Kata – dr Lee ah Loi

Diverse dokumenten en archiefstukken “La Canne”

Standaard
La Canne, Uncategorized

De Kinetische Ketting

Een kinetische ketting verwijst naar een reeks opeenvolgende gewrichten en spiergroepen in het lichaam die samenwerken om beweging mogelijk te maken. Deze ketting beschrijft hoe krachten en energie worden overgedragen van het ene lichaamsdeel naar het andere tijdens bewegingen, zoals lopen, gooien of springen.

Kernpunten:

  • Samenhang: Gewrichten en spieren werken als een geïntegreerd systeem.
  • Energieoverdracht: Beweging in het ene deel (bijv. heup) beïnvloedt andere delen (bijv. knie, enkel).
  • Functioneel: Belangrijk in sport, revalidatie en dagelijkse activiteiten om efficiëntie en coördinatie te optimaliseren.

Kortom: het is het principe dat het lichaam als een verbonden geheel functioneert bij beweging.

De Kinetische Ketting in La Canne of andere gevechtskunsten

Een optimale stokslag in La Canne volgt een specifieke volgorde van deelbewegingen, waarbij elke fase bijdraagt aan de uiteindelijke kracht en precisie. Als één schakel in deze ketting verstoord is, verliest de hele beweging aan effectiviteit.

De ideale volgorde voor een krachtige stokslag

  1. Voeten en benen (grondreactiekracht)
    • De beweging begint met een voorwaartse stap en gewichtsverplaatsing .
    • De kracht wordt gegenereerd door het plaatsen van de hiel tegen de grond, vervolgens het afrollen van de voet tot aan de voetbal wat energie omhoog stuwt via de benen.
  2. Heup- en romprotatie
  1. De heupen draaien mee, wat de kracht van de benen versterkt en doorgeeft aan de romp.
  2. Een goede heuprotatie zorgt voor een “whip-like” effect, waarbij de energie als een golf door het lichaam beweegt.
  3. Schouder- en armbeweging
  1. De romp- en heuprotatie wordt overgedragen naar de schouders, die de arm en stok in beweging zetten.
  2. De arm fungeert als een geleider van de kracht, niet als de primaire bron.
  3. Pols- en stokbeweging (impactmoment)
  1. Op het moment van impact wordt de laatste “klik” gegeven door een snelle polsrotatie, die de stok versnelt en de kracht concentreert op het doelwit.
  2. Dit is het moment waarop alle eerder gegenereerde energie wordt gefocust op een klein oppervlak.

Wat gebeurt er als de volgorde verstoord is?

  • Te vroeg of te laat activeren van een deelbeweging:
    • Bijv. als de arm te vroeg duwt (voor de heuprotatie), gaat kracht verloren en voelt de slag “zwak” of oncontroleerbaar.
    • Als de pols te laat draait, mist de stok de optimale impact en “smeert” de kracht uit.
  • Blokkades door spanning:
    • Een gespannen schouder of pols onderbreekt de krachtstroom, zoals eerder besproken.
  • Verkeerde voetpositie:
    • Slechte balans of verkeerde gewichtsverdeling zorgt voor een instabiel platform, waardoor de kracht niet efficiënt kan worden overgedragen.

Hoe dit te trainen?

  1. Deelbewegingen isoleren en vervolgens integreren
    • Oefen elke fase apart (voetwerk, heuprotatie, armbeweging, pols) en bouw ze vervolgens langzaam aan elkaar.
    • Gebruik langzame bewegingen om de volgorde te voelen.
  2. Gebruik van hulpmiddelen
  1. Een zware stok of weerstandsbanden kunnen helpen om de kinetische ketting te “voelen”.
  2. Film jezelf om te analyseren waar de ketting onderbroken wordt.
  3. Partneroefeningen
  4. Laat een partner licht tegenhouden op verschillende punten (bijv. schouder, pols) om te voelen waar je kracht verliest.
  5. Ademhaling en ontspanning
  6. Span alleen de nodige spieren aan op het juiste moment. Bijv. de core moet stabiel zijn, maar de arm en pols moeten ontspannen zijn tot het impactmoment.

Het geheel is groter dan de som van de afzonderlijke delen

De uitspraak “het geheel is groter dan de som van de afzonderlijke delen” is afkomstig van de gestaltpsychologie, een stroming binnen de psychologie die in het begin van de 20e eeuw ontstond. Deze stelling wordt vaak toegeschreven aan de Duitse psycholoog Kurt Koffka, een van de grondleggers van de gestaltpsychologie. Het principe wordt ook wel aangeduid als “emergentie”: nieuwe eigenschappen of effecten ontstaan wanneer onderdelen samenwerken die niet voorspelbaar zijn op basis van de afzonderlijke delen.

Verklaring van het fenomeen

  1. Gestaltprincipe Volgens de gestaltpsychologie waarnemen mensen objecten en ervaringen als gehelen, niet als losse onderdelen. Bij lichaamsbewegingen betekent dit dat de coördinatie, timing en interactie tussen spieren, gewrichten en zenuwstelsel leiden tot een beweging die soepeler, efficiënter of krachtiger is dan wanneer je elke spier of beweging apart zou analyseren. Het geheel creëert een synergie die meer is dan de som van de individuele acties.
  2. Neuromusculaire integratie Het menselijk brein en zenuwstelsel zijn geoptimaliseerd om bewegingen als patronen te sturen, niet als losse spiercontracties. Wanneer je bijvoorbeeld loopt, springt of een complexe vechttechniek uitvoert, werken spieren, pezen, gewrichten en het evenwichtsorgaan samen op een manier die energie bespaart en de prestatie verbetert. Dit noemt men motorische synergie: het lichaam organiseert zichzelf automatisch voor optimale prestaties.
  3. Biomechanica en efficiëntie Bij geïntegreerde bewegingen worden krachten en energie overgedragen tussen lichaamsdelen. Een voorbeeld is het gooien van een bal: de kracht komt niet alleen uit de arm, maar uit een kettingreactie die begint in de benen, via de rompspieren naar de arm en hand. Deze kinetische ketting zorgt voor meer kracht en precisie dan wanneer je alleen je arm zou gebruiken.
  4. Cognitieve en perceptuele factoren Het brein ervaart beweging als een geïntegreerd geheel. Wanneer je een techniek (bijvoorbeeld in vechtsport of dans) onder de knie hebt, hoef je niet meer na te denken over elke individuele spier. Dit noemt men automatisering: het geheel voelt natuurlijker en effectiever aan dan de som der delen.
  5. Voorbeelden uit de praktijk
    • Lopen: De afwisseling tussen benen, armen en romprotatie zorgt voor een efficiëntere voortbeweging dan wanneer je alleen je benen zou gebruiken.
    • Slaan in vechtkunst: De kracht komt uit de hele lichaamshouding, niet alleen uit de arm of hand.
    • Dansen: De gratie en vloeiendheid ontstaan door de samenhang tussen alle lichaamsdelen, niet door losse bewegingen.

Standaard
Aikido

Aikido

Aikido (合気道 ), letterlijk vertaald “de weg van harmonie met Ki” is een Japanse krijgsdiscipline met een sterk filosofische inslag, die in het begin van de 20e eeuw door Morihei Ueshiba ontwikkeld werd. Ueshiba liet zich hierbij inspireren door de technieken van de Japanse samoerai en krijgskunsten en/of vechtsporten als Daito ryu ju jutsu, Kitao ryu jujutsu en en andere oude krijgkunstscholen. Ueshiba voegde ook een morele waarde toe aan de kunst van aikido, die ontleend werd aan het toen nieuwe Japanse religie Omoto-kyo.

Aikido in de praktijk

Aikido is een verhaal van vallen en opstaan, men kan dit letterlijk nemen want in de aikidotraining zal men geregeld op de grond worden geworpen of geduwd. Maar…….aikido is ook een training voor het menselijk bewustzijn , een bewustzijn dat niet altijd in harmonie is met het lichaam.

Aikido is een spel van beweging en energie, beweging is een alom gekende term, maar die soms moeilijkheden oplevert bij hen die in het verleden weinig fysieke actie hadden. Energie is een heel ander verhaal, want de energie in aikido ontstaat alleen maar wanneer lichaam en geest in harmonie is.

Voor hen die vallen en opstaan te vermoeiend is, deze raad…. prop deze tekst in de vuilbak, maar voor hen die vallen en opstaan…..laat het avontuur beginnen!

In onze zoektocht naar de geheimen van het aikido zullen wij eerst bekijken hoe wij ons lichaam en bewustzijn met elkaar in evenwicht brengen, hiervoor gebruiken wij Shizentai no ri, het principe van het natuurlijke lichaam.

Lichaam en geest in harmonie genereert energie, energie die wij gebruiken om de tegenstander uit balans te brengen, Kuzushi no ri, het principe van de balansverstoring.

Met shizentai en kuzushi is de tegenstander onder controle en kunnen wij kiezen :

Laten leven of niet laten leven?

Aikido opteert voor het leven, onze technieken hebben niet de bedoeling om de tegenstander te kwetsen of te doden.

Graden

Net als bij judo en karate, kent aikido kyu graden en dan graden. Doorgaans zijn er zes kyu graden waarvoor men examen kan doen en vervolgens tien dan graden.  Vanaf de eerste dan wordt een zwarte band gedragen.

Even when you reach the age of seventy or eighty, you must continue your research with a positive attitude, always thinking “not, not yet”.
Chosin Chibana – Okinawa Karate Master

*******

Eddy & Gina 1

 

 

Standaard