
Joseph Charlemont — La canne (1899, Parijs)
Éénhandig, “par développement”: de slag komt uit de volle keten schouder–arm–pols, met moulinet-voorbereiding.
Jacob Happel — Das Geräthfechten (1877, Antwerpen)
Turnpedagogiek: Stock éénhandig als opstap naar Stab (tweehandig), Säbel en Schwert. Het Stock-Kreisen (zwaaien) is uitdrukkelijk éénhandig.
Liborio Vendrell y Eduart — Arte de Esgrimir el Palo (1881, Vitoria)
Voornamelijk tweehandig: beide handen vlak bij de uiteinden, duimen langs de stok (“á lo largo del palo”) voor weerstand en richting; stok van twee meter, glad, zonder riempje — “el arma desprovista de guarnicion” is precies waarom de twee handen de parades vangen.
Pierre Vigny — The Walking Stick Method of Self-Defence (via H.G. Lang, 1923)
Straatgerichte canne met de typische hoge guard (en garde-positie met de stok teruggetrokken), links én rechts geoefend; stok glijdt door de linkerhand die als tweede guard en krachtbron dient.
Edward William Barton-Wright — SelfDefence with a Walking-Stick (1899, Londen)
Bartitsu – Sherlock Holmes
Geen schermconventie maar straatlogica: “a man may be a champion in the use of sword or single-stick and yet be quite unable to put a walking-stick to any effective use”. Slagen komen heupgedreven uit de pols, en de stok wordt bewust van de hand laten glijden zodat een ontwapening mislukt.
De rode draad
Op het spectrum van éénhandig naar tweehandig zitten deze vijf zo: Charlemont (1 hand, volle vuist, schermcultuur) → Happel (éénhandige Stock als leerlijn naar de tweehandige Stab) → Vigny (1 hand + bewuste 2-handen inzet) → Barton-Wright (1 hand, tweehandig als noodgreep) → Vendrell (tweehandige motor van de slagen).
Opvallend: Charlemont en Vendrell komen onafhankelijk op hetzelfde inzicht uit — de parade moet de slag laten glijden langs de stok, weg van de hand. Bij Charlemont door de hellingshoek van het kleine einde, bij Vendrell door de tweehandige greep zonder gevest.