De stick als leerschool: de Étude schématique des exercices imposés van de FGSPF (1929)
Boxe – Bâton – Canne de combat, zoals verplicht gesteld door de Fédération Gymnastique & Sportive des Patronages de France.
Inleiding
In 1929 publiceerde de Fédération Gymnastique & Sportive des Patronages de France (FGSPF), gevestigd op nummer 5 van de Place Saint-Thomas-d’Aquin in Parijs, een dun maar bijzonder instructief deeltje: de Étude schématique des exercices imposés (Adultes et Pupilles réunis), gewijd aan boxe, bâton en canne de combat. Het boekje, getekend met schema’s van A. Sandoz, kostte 5 frank (5,15 frank franco) en was eigendom van de federatie, die de rechten expliciet voorbehield: “Tous droits de reproduction réservés sous quelque forme que ce soit.”
De titel zegt precies wat de lezer mag verwachten: geen verhandeling, maar een schematische studie van de opgelegde oefeningen (exercices imposés) voor de speciale concoursen van de federatie. Volwassenen en pupillen oefenden dezelfde reeksen, in dezelfde cadans, volgens hetzelfde strak genummerde patroon. Het deeltje is daarmee een uniek venster op de manier waarop de “moderne”, gefederaliseerde canne de combat in het interbellum werd onderwezen — een traditielijn die via de hervormingen van Charlemont (1899) teruggaat op de negentiende-eeuwse Franse stokschool van Leboucher en Larribeau.

Boxe: de Engelse handschoen in Franse cadans
De rubriek Boxe (“Concours spéciaux”) opent met exercices simples — les attaques. De premiere leçon is grondvestigend: wisselen van garde (voor- en achteruit), marcher et romper — een stap naar voren (met de voorste voet uitvallen) en een stap naar achter (met de achterste voet naar achter uitvallen) — en vervolgens de eerste slagen:
• Coup de poing direct en figure du bras avant (en se fendant); • Coup de poing direct en figure du bras arrière;
• Coup de poing demi-circulaire en figure du bras arrière;
• Coup de pied bas;
• Coup de pied de flanc de la jambe arrière;
• Coup de pied chassé en ceinture de la jambe arrière.
De 2me leçon smeedt deze slagen tot attaques composées aan elkaar, telkens met de tussenposities erbij afgebeeld: de positie van de coup de pied de flanc, het fléchir van de steunbeen, en het “reprendre la garde en avant” na elke actie. De uitvoering verloopt vanuit de garde: de afzonderlijke “coups” worden aan elkaar geregen zonder ernaar terug te keren — de ene slag gaat rechtstreeks over in de volgende, zodat een doorlopende keten ontstaat — en pas op het einde van de reeks wordt opnieuw de garde aangenomen (“reprendre la garde”). Juist dit ononderbroken karakter maakt de oefening “composée”: niet de afzonderlijke slag, maar de vloeiende opeenvolging is het leerdoel.
De 3me leçon — attaques, parades et ripostes — ten slotte fixeert het klassieke schermritme in een vier- tempsschema dat telkens terugkeert:
1. Attaque;
2. Riposte du même coup (na de parade); 3. Contre-riposte du même coup;
4. En garde.
Zes oefeningen doorlopen dit patroon: de directe slag met voor- en achterarm, de demi-circulaire, de coup de pied bas, de chassé en ceinture en de coup de pied de flanc. Opvallend is de zuinigheid van de methode: geen vrije partneroefening, maar een voorgeschreven dialoog van slag, riposte en contre-riposte — boxen als gecodeerde schermles.
Bâton: de voorbereiding op de canne

De inleiding van het bâton-hoofdstuk verdient letterlijke weergave, omdat hier de pedagogische opzet van de hele bundel wordt blootgelegd:
De lange stok is dus uitdrukkelijk een opstapje naar de canne: eerst de gewrichten soepel maken, dan de samenhang tussen armen, romp en benen trainen. De exercices préliminaires worden “d’abord à cadence lente” uitgevoerd, opdat de gymnasten vertrouwd zouden raken met de wisselende handposities die de moulinets, brisés en enlevés vereisen.
De commando’s verraden de turnzaal: “Fixe”, “Garde à vous”, “Attention — revenir à la position de garde à vous”, “Repos”, en bij de moulinets “Commencez… Cessez”. De bâton wordt gedragen tijdens de mars (“port du bâton pendant la marche”); de moulinets worden in positie, in mars en in rompende mars uitgevoerd, en “les brisés et les enlevés s’exécutent également en marche”.
Ter verduidelijking: het achteruit stappen (rompre, “marche en rompant”) kent in deze methode (minstens) twee vormen, elk met een eigen nuance:
1. Afstand vergroten — de klassieke verdedigende beweging waarbij het lichaam als geheel van de tegenstander weg wordt gebracht, met behoud van de verdedigingshouding en gevechtspositie;
2. De achterste voet naar achter brengen — hier staat het vergroten van de afstand niet op de voorgrond, maar het creëren van een betere slagpositie: door de achterste voet terug te plaatsen wordt het gewicht herverdeeld en komt het lichaam in een positie vanwaar krachtiger of gerichter geslagen kan worden.
In beide gevallen wordt de afstand tot de tegenstander vergroot, maar de intentie verschilt: zuiver defensief terugwijken versus herpositioneren om zelf aan te vallen. Het spiegelbeeld is de voorwaartse mars (“marche”) en de fente (“fendez-vous”), die de afstand verkleinen. In dit stadium van de methode heeft de rompende mars bovendien een dubbele functie: als mobiliteitsoefening wordt ze gecombineerd met de moulinets — dus stappen naar achteren terwijl de stok blijft draaien — wat de coördinatie tussen voetenwerk en armen traint die in de leçons composées nodig is; in de parades en ripostes keert hetzelfde “en rompant” terug als afwezings- en herstellende beweging na elke actie.
Vervolgens komen de genummerde reeksen:
Coups à droite, parades de pied ferme
1. Coup de pointe en position
2. Fendez-vous
3. Parade de corps en position
4. Coup de figure à droite, fendez-vous 5. Coup de tête à droite, fendez-vous 6. Parade de tête en position
7. Coup de flanc à droite, fendez-vous
“Ces exercices de bâton ont pour but : 1° d’assouplir les articulations des doigts, du poignet, du coude et de l’épaule ; 2° de coordonner les mouvements des bras avec le tronc et les jambes ; 3° de préparer ainsi aux exercices de la canne de combat.”
Coups à gauche, parades en rompant
8. Coup de talon en position
9. Fendez-vous
10. Parade de corps en rompant
11. Coup de figure à gauche, fendez-vous — un, deux, trois, reprendre la garde 13. Coup de tête à gauche, fendez-vous — un, deux, trois, reprendre la garde 15. Parade de tête en rompant
16. Coup de flanc à gauche, fendez-vous — un, deux, trois, reprendre la garde
De leçons composées
De leçons composées bundelen al dit materiaal in drie vastgetelde series, die alle drie op dezelfde wijze afsluiten: met de “terminaison” om “en garde, face en avant” te eindigen.
1re leçon (6 temps): appel du pied droit; sursaut en lançant la jambe gauche tendue en avant; pied gauche contre le droit, position du coup de pointe; coup de pointe; coup de flanc à droite; parade de tête en rompant. De slotreeks luidt: faire face à droite avec appel du pied droit, sursaut sur pied droit, pied gauche contre le droit, brisé à gauche, demi à gauche, pied droit en avant — en garde.
2me leçon (6 temps): appel du pied droit; sursaut, jambe gauche tendue; pied gauche contre le droit, bâton sur l’épaule droite; positie van de coup de talon; coup de talon; coup de figure à gauche; parade de tête en rompant.
3me leçon (10 temps): appel du pied droit; sursaut, jambe gauche tendue; pied gauche tegen de rechter, bâton en avant; un enlevé à droite; un enlevé à gauche en parade de tête met een halve slag naar rechts; coup de figure à gauche met fente links; positie van de coup de pointe; coup de pointe; coup de flanc à droite; parade de tête en rompant.
Canne de combat: de zeven slagen

De canne zelf begint met een 1re leçon in dezelfde turnstijl: port de la canne pendant la marche, mise en garde (“fixe, 1-2-3”), canne au pied (“fixe, 1-2”), moulinets en mars, in positie en in rompende mars, en brisés à gauche en à droite, afgesloten met “cessez — en garde”.
Daarna volgt het hart van de federale methode: de zeven klassieke slagen en hun parades, telkens op cadens 60 (één muzieknoot per beweging).
Les attaques — garde, coup, garde, coup…:
• Coup de figure à gauche / à droite • Coup de flanc à gauche / à droite • Coup de jambe à gauche / à droite • Coup de tête
Les parades — garde, parade, garde, parade…:
• Parade du coup de figure à gauche / à droite • Parade du coup de flanc à gauche / à droite • Parade du coup de jambe à gauche / à droite • Parade du coup de tête
De 2me leçon: met partner

Vanaf de tweede leçon verschijnt de partner, en wel op de typisch collectieve manier van de patronage- turnzaal: de eerste rang valt aan, de tweede rang pareert, waarna de rangen wisselen. Vier oefeningendoorspelen het ganse gamma: de figure-coupes links en rechts, de flanc-coupes, de jambe-coupes, en tenslotte de coup de tête “par un brisé à gauche ou à droite”. Elke aanval wordt meteen gevolgd door de bijhorende parade; na elk paar wisselt de rang.
De 3me leçon: attaque, parade et riposte
De derde leçon voltooit de schermcyclus. Weer is het patroon vierledig en weer staat de “riposte du même coup” centraal:
1. Attaque;
2. Parade;
3. Riposte du même coup; 4. En garde.
Eerst met de coups de figure (links, dan rechts), vervolgens met de coups de flanc, dan de coups de jambe, en ten slotte de coup de tête met een brisé — eerst met brisé à gauche, daarna, “comme 1-2-3-4, mais avec un brisé à droite”.
Besluit: methode als handtekening
Wie de Étude schématique naast oudere canne-traktaatjes legt — van Larribeau’s Nouvelle théorie du jeu de la canne tot de hervormde methode van Charlemont — ziet meteen wat de FGSPF in 1929 toevoegt: geen nieuwe techniek, maar een nieuwe vormgeving. Alles is geteld (6, 6 en 10 temps), alles wordt gecadanseerd (de muzieknoot als metronoom op 60), alles verloopt in rangen en wisselende rangen, en alles eindigt in dezelfde, voorgeschreven gardepositie.
Die vormgeving is dezelfde pedagogiek die het continentale turnwezen sinds Jahn en Spieß kenmerkt: gestandaardiseerde oefenstof, collectieve uitvoering en strikte nummering. Voor wie de canne-traditie in haar volle breedte wil begrijpen — van de negentiende-eeuwse “oude school” tot de moderne, gefederaliseerde canne — is dit bescheiden Parijse deeltje van 5 frank daardoor geen voetnoot, maar een schakel: het document waarop de stokvechtkunst definitief degrammarischool in ging en concoursmethode werd.
Slotpagina van het origineel: de FGSPF “Service des Achats” beveelt zichzelf aan als leverancier van sport- en gymnastiekartikelen; het programme technique de gymnastique is er verkrijgbaar aan 4 frank (4,50 franco), bij M.P. Menriot, 20 rue Gerbert, Parijs.
Bron: Étude schématique des exercices imposés (Adultes et Pupilles réunis) — Boxe, Bâton & Canne de combat, Parijs, FGSPF, 1929. Schema’s van A. Sandoz. Beschikbaar via Gallica (BnF), ark: bpt6k9659764s.